Nieuws

René Vriezen, docent Technicus Hout & Restauratie: “de monumenten waar je aan werkt staan er over honderd jaar nog.”

René is een oude rot in het vak, met 27 jaar ervaring als restauratietimmerman. Maar aan kennis, enthousiasme en motivatie nog steeds geen gebrek. Sterker nog, hij is met hart en ziel bezig de studenten van TH&R te motiveren. “Ik probeer mensen bewust te maken van de waarde van monumenten.”

Enorme brok ervaring
Na een opleiding tot allround timmerman en een ‘kopstudie’ restauratiemedewerker, werkte René Vriezen 27 jaar voor Bouwbedrijf Hoffman in Beltrum. In die tijd heeft hij veel monumenten van binnen gezien; een paar voorbeelden zijn Kasteel Huis Bergh, Kasteel Keppel, een kerk in Groenlo, de voormalige ENKA-fabriek in Ede en ‘Schweer bey der Beckehof’, een monumentaal hofje in Dieren. “Dat waren meestal langdurige projecten, waar je met een klein team het monument heel goed leert kennen. Mijn functie was het werk op de bouwplaats aansturen en leermeester zijn.”

Mooie combinatie van nieuwe banen
In 2016 waren de knieën echter kapot. Er moest een ander plan komen, want afgekeurd thuis zitten is niks voor René. En dus liet hij zich omscholen tot ‘persoonlijk begeleider specifieke doelgroepen’ en ook begeleidt hij mensen met dementie. Dat is echter parttime, dus er is, gelukkig voor ons, ook ruimte voor het werk als docent aan de opleiding TH&R.

Motiveren om voor dit mooie vak te kiezen
De didactische vaardigheden die René de afgelopen 12 jaar ook al opdeed, als gastdocent op het Graafschap College, gebruikt hij nu op het GRC. “Die combinatie van de zorg en praktisch restauratie-onderwijs vind ik fijn,” zegt hij. “Voor mij brengt dat ook balans in mijn leven.”
Op het GRC probeer ik mensen te motiveren om voor het mooie vak van restauratietimmerman te kiezen, want goede vaklieden hebben we hard nodig. Monumenten zijn waardevol voor de maatschappij en zeer duurzaam; ze staan er over 100 jaar nog. Een docent in mijn eigen opleiding zei het zo; ‘een monument hebben we te leen van onze kinderen.’ Dat is me altijd bijgebleven.”

Bouwtaal en handgereedschap
“Op de opleiding in Velp begin ik met een stukje theorie en het aanleren van de bouwtaal, want sommige studenten hebben nog nooit professioneel met hout gewerkt. Ik laat ze zichzelf ook eerst oriënteren in de bibliotheek. We hebben hier een mooie bibliotheek met heel veel kennis, die je niet op Google kan vinden. Daarna werken we aan kleinere opdrachtjes, om de basis te leren. Ze moeten beginnen met handgereedschap; zaag, schaaf, guts en beitel. Zo ontwikkel je ook een gevoel voor de houtsoort waar je mee werkt. En dan kun je pas met het elektrisch gereedschap aan de slag, want mijn grootmoeder zei al: ‘wie het kleine niet leert, die doet het grote verkeerd.’”

Leren kijken naar monumenten.
Een andere favoriete invalshoek van de René is de studenten écht leren kijken naar monumenten. “Ik vraag ze dan te kijken naar de dakconstructies, kozijnen en deuren van de monumenten die ze tegenkomen en foto’s te maken. Daar leer je veel van en de studenten vinden dat ook leuk. Ik krijg regelmatig appjes van hun vakantie-adressen, als ze weer eens iets moois hebben gespot. Daar kan ik ook zelf heel blij van worden; als zij enthousiast worden. Zo zetten we met de drie vaste docenten een heel mooi ‘eindproduct’ neer; studenten met kennis, kunde, ervaring en de motivatie om onze Gelderse monumenten in goede staat aan de volgende generatie door te geven.”

 

N.B. wil je meer weten over deze opleiding? Kom op 9 maart naar onze gezellige inloopdag in Velp.